Boeren aaien is soms paaien

Blog
door Bertus Buizer   –  4 augustus 2017  –  update: 16 augustus 2017  –

De stelling dat de Nederlandse boer koploper is in milieubesparing klopt niet.

Drie dagen geleden (1 augustus 2017) las ik op Boerenbusiness.nl een artikel met de titel (tevens stelling) “Nederlandse boer koploper in milieubesparing – Laagste milieu-impact”.

Ik werd op het artikel geattendeerd door een tweet van hoogleraar Han Olff. Hij heeft op een bijzonder heldere wijze op zijn Facebook pagina, waarnaar hij in zijn tweet verwijst, aangegeven, dat het artikel zeer misleidend is.

Zelf had ik daar ook zo mijn gedachten over en reageerde ook op het artikel. Nu was het niet mijn bedoeling om de inhoud van het artikel te onderschrijven. Want het artikel was gebaseerd op wat natte vingerwerk in het rapport “Alles van waarde, Circulariteit door sectoren heen van ABN AMRO dat op 1 augustus 2017 was gepubliceerd. De ‘feiten’ die in dat rapport worden genoemd, betreffen een reductionistische benadering en zeggen lang niet alles over de werkelijke milieu-impact.

Ik schreef onder meer dat uitdrukken van de milieu-impact per kg landbouwproduct – een heel ongebruikelijke, kortzichtige definiëring! – vooral ook door ecomodernisten wordt gedaan als alibi voor verdere intensivering en voor de input van chemische stoffen in de Nederlandse landbouw. En dat zij voor het gemak vergeten dat meststoffen en pesticiden die in het milieu terecht komen zich niet aan de grenzen van het boerenbedrijf houden.

Productieverhoging gaat in de gangbare Nederlandse landbouw gepaard met een verhoogde inzet van NPK-kunstmeststoffen. In combinatie met chemische pesticiden en toenemende bodemverdichting raakt de bodem in Nederland uitgeput (sporenelementen) en de bodemecologie verder aangetast. Daarbij zijn suikerbieten niet echt een voedingsgewas te noemen, terwijl daarvoor wel de betere grond wordt gebruikt. Zo’n gewas en ook de energieteelten dragen niet echt bij aan het tegengaan van voedselschaarste.

De verhoging van de productiviteit in de onbedekte teelten komt overigens eerder door de ontwikkelingen in de klassieke gewasveredeling dan door goed bodembeheer. Illustratief daarvoor is wel dat in de Flevopolders de gewasopbrengsten ondanks de hogere opbrengstpotenties door de veredeling tegenwoordig niet meer stijgen (zie onderzoek van Louis Bolk Instituut / WUR).

Wat betreft de voedselschaarste in Afrika: Europa (inclusief Nederland) gebruikt in Afrika circa 10 miljoen hectare landbouwgrond voor de voedselvoorziening in Europa (inclusief Nederland).

Verder schreef ik dat de milieu-impact van de teelt van GMO-soja* in onder andere Zuid Amerika voor de Nederlandse import van eiwitrijk veevoeder (70% van het totaal excl. gras?) bovendien niet meegerekend is in de zogenaamde milieu-impact van de Nederlandse boer.

Mijn reactie werd door sommigen gezien als een aanval op de Nederlandse boer. Een van hen vroeg mij naar het doel van mijn reactie en noemde zelf al een paar ideeën, zeg maar uitersten. Een goede reden leek mij om mijn reactie toe te lichten. Ik deed dat als volgt:

Het doel van mijn reactie op bovengenoemd artikel is om aan te geven dat en waarom de stelling dat de Nederlandse boer koploper is in milieubesparing niet klopt. Die stelling lijkt mij bovendien een volstrekt overbodig compliment aan de boer. Als je ook ziet vanuit welke hoek deze misleidende stelling vooral komt en wordt bevestigd – laat ik dit maar het establishment, het bankwezen en de agro-industrie noemen, dezelfde mensen ook die op winterbijeenkomsten de boeren over hun bol aaien – dan zouden de boeren mogen vrezen dat ze zich laten paaien, zo van, jongens, meisjes, mooi zo doorgaan. Wie uiteindelijk het beste pensioen voor zichzelf heeft opgebouwd, laat zich raden.

Nee, ik stel mij een Nederlandse land- en tuinbouw voor, die meerwaarde creëert uit wat de markt en samenleving vragen, duurzaam en toekomstgericht. Dat hoeft niet persé biologisch te zijn, maar op zijn minst wel zoveel mogelijk agro-ecologisch. De goede, maar ook dure arbeid, grond, kennis, machines, levende have, zoals zaden, poot- en plantgoed, vee, bodemleven, bestuivende insecten, roofvogels, en roofdiertjes, en andere belangrijke factoren als schone lucht en voldoende beschikbaar schoon water in Nederland maken dat we in plaats van bulk en overproductie (melk, suikerbieten…) op meer hoogwaardige (kennisintensieve) en natuur- en milieuvriendelijke producten en teelten voor de lokale, nationale en Europese markt zouden moeten overstappen. Met overproductie heeft niet alleen de gesubsidieerde Nederlandse boer zichzelf te pakken, maar vooral ook het overgrote aantal collega’s in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Zij krijgen doorgaans geen subsidie. Maar ze staan denk ik open voor goed zaaizaad, en geschikte methoden en technieken (voor teelt, bodem- en waterbeheer, ziektepreventie, productopslag, etc). We hebben het dan over honderden miljoenen boeren. Wij zouden elkaar kunnen versterken in plaats van beconcurreren.

Inmiddels voerde NRC een Fact Check uit. Wat blijkt? De stelling in het rapport “Alles van waarde, Circulariteit door sectoren heen” van ABN AMRO dat de Nederlandse boeren de laagste milieu-impact ter wereld hebben, is ongefundeerd.

* We kunnen in Nederland gmo-vrije eiwitrijke gewassen telen. De marktvraag daarnaar groeit en we worden niet meer afhankelijk van landroof (in Afrika) en ontbossing (Afrika en Zuid-Amerika). Dit alles en nog veel meer vraagt van tijd tot tijd een omslag in denken.

Lees ook: “Opmars van duurzaam en gezond voedsel niet te stuiten

Links:
www.sustainablefoodsupply.org
www.buizeradvies.nl

Foto: Suikerbieten in landschap (Bron: Vilt)

 

PDF

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *