Geen monopolie op verbetering planten

Kwekersvrijstelling in gevaar door patenten op planteigenschappen

Op eigenschappen die al van nature in planten voorkomen, moet je geen patent kunnen claimen. Veredelaars horen elkaars plantenrassen vrij te kunnen gebruiken.
door Bertus Buizer (Buizer Advies)         5 januari 2016       Update: 9 mei 2016

Op 29 december 2015 verscheen in het kader van Organicseeds.nl mijn opinie artikel in dagblad Trouw over de kwekersvrijstelling in het Europees kwekersrecht. De kwekersvrijstelling is in gevaar omdat de Europese Octrooi Organisatie (EOO) patenten heeft verleend op eigenschappen die al van nature in planten voorkomen.

Patenten op planteigenschappen en zelfs gewassoorten, zoals die van radijs, broccoli en tomaat, vormen een ernstige belemmering voor veredelaars om nieuwe rassen te kweken op straffe van hoge boetes. De Europese Octrooi Organisatie heeft momenteel geen wettelijke bevoegdheid om dit tegen te gaan. Sterker nog, zij moet het laten passeren. Grote agrochemie bedrijven zien zo hun kans schoon om met hun patenten op genetisch gemodificeerde plantenrassen ook eigenschappen die van nature al in planten voorkomen te monopoliseren. Dit staat – zacht gezegd – op gespannen voet met het Europees kwekersrecht, en dan vooral met de kwekersvrijstelling. Die is nu in gevaar.

Het kwekersrecht geeft kwekers van nieuwe plantenrassen het exclusieve recht om die bedrijfsmatig te exploiteren, zodat zij hun investeringen kunnen terugverdienen. De kwekersvrijstelling, die in het kwekersrecht is opgenomen, geeft veredelaars de mogelijkheid om elkaars rassen vrij te gebruiken om nieuwe kruisingen te maken. Dat is heel belangrijk voor de nodige ontwikkeling van nieuwe rassen voor voedselgewassen en ook in direct belang van boeren en tuinders, wereldwijd, en van een toereikende duurzame voedselvoorziening.

Patenten geven met name multinationals grote macht en slagkracht om innovaties van kleinere veredelingsbedrijven de kop in te drukken. Gevolg is een verdere verschraling van het aantal nieuwe plantenrassen en bulkproductie.

Dit zal ook bij de onderhandelingen over TTIP, een eventueel vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten (Transatlantic Trade and Investment Partnership), voor de nodige hoofdbrekens kunnen zorgen. Gezien de grote belangen van multinationals in de VS bij patenten op rassen en gewassen, vormt ook TTIP een gevaar voor de kwekersvrijstelling. Dit is een van de redenen waarom TTIP er van mij niet hoeft te komen. Kleinere en middelgrote veredelaars moeten voldoende mogelijkheden houden om via klassieke verdeling nieuwe rassen te kweken.

Wereldwijd is behoefte aan robuuste regio-specifieke rassen. De invloeden van de klimaatverandering versterken die behoefte in toenemende mate. Veranderingen in watervoorziening, temperaturen, bodemgesteldheid, consumentenvoorkeuren en afzetmogelijkheden vragen internationaal om maatwerk bij het aanbod van nieuwe rassen.

Voor de Nederlandse kweek- en veredelingsbedrijven liggen hier grote uitdagingen en kansen. Daarom is het ook erg goed dat het onze Europarlementariërs Bas Belder (CU/SGP) en Jan Huitema (VVD) is gelukt om met steun van onder meer PvdD en CDA het kwekersrecht weer op de agenda van de landbouwcommissie van het Europees Parlement te krijgen.

Als gevolg hiervan heeft het Europees Parlement op 17 december 2015 eensgezind een oproep gedaan aan de Europese Commissie om het kwekersrecht te herstellen en het patenteren van natuurlijke planteigenschappen niet toe te staan. Zie de aangenomen Resolutie van het Europees Parlement over octrooien en kwekersrechten 2015/2981(RSP). Er is dus weer hoop voor de kwekersvrijstelling en daarmee voor een grotere agrobiodiversiteit.

Ook staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) van het Ministerie van Economische zaken streeft naar een grote agrobiodiversiteit en probeerde – zo blijkt uit zijn brief van 30 november 2015 aan de Tweede Kamer – in 2015, samen met de toenmalige EU-voorzitter Luxemburg, het onderwerp ‘kwekersrecht en octrooirecht’ op de agenda krijgen van de Europese Raad voor Concurrentievermogen. Van Dam: “Goede toegang tot plantaardige diversiteit is van groot belang voor innovatie, duurzame landbouw, voedselzekerheid en tegengaan van klimaatverandering.”

Staatssecretaris Martijn van Dam, zo meldt de NOS op 9 mei 2016, probeert nu tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie gedurende de eerste helft van 2016 onder meer de Europese Commissie ervan te overtuigen dat het niet aan het Europees Octrooibureau is om natuurlijke eigenschappen van planten te patenteren.

Belangrijk is dus dat grote en kleine kweekbedrijven internationaal sneller kunnen inspelen op de veranderende vraag op regionale markten. Nederland heeft op dit specialistisch terrein veel kennis en ervaring in huis en heeft daar internationaal een grote naam mee opgebouwd. Die moeten wij verder uitbouwen. De wereld wacht en Nederland heeft het nodig. Ook veel Nederlandse akker- en tuinbouwbedrijven biedt dit grote perspectieven, namelijk voor (stam-)selectie en vermeerdering. Dit is andere koek dan het produceren en exporteren van bulkproducten waar boeren en bodem niet rijk van worden. In dit opzicht is er in Nederland een omslag nodig in de landbouw. Zie ook: “Nederlands perspectief van wereldmarktleider biologisch uitgangsmateriaal” (hoofdstuk 2.2, pag. 18, ‘Octrooiregelgeving in EU belemmert de ontwikkeling van nieuwe rassen’).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *